Jan
25
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Luister hier naar mijn interview bij D’rop van AmsterdamFM over de Arcade tentoonstelling bij Mediamatic.
Jan
11
Recensie NBA 2K11 (Playstation 3)
Filed Under Recensies | Leave a Comment
Iedereen die wel eens een balletje heeft gegooid tijdens de gymnastiekles kent de naam Michael Jordan, een naam die sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw onlosmakelijk verbonden is met het spelletje. ‘MJ’ ging al een aantal jaren geleden met pensioen, maar de acties die hij uitvoerde tijdens zijn carrière in de NBA inspireren nog steeds duizenden spelers van over de hele wereld.
Een goede zet dus van 2K om dezelfde legende het boegbeeld te maken van haar nieuwste NBA-simulatie, voor seizoen nummer elf van deze eeuw, het seizoen dat volgende week ook officieel van start zal gaan. Net als bijna alle sportspellen is NBA 2K11 een spel voor de liefhebber. De realiteit wordt ieder jaar, zowel grafisch als technisch gezien, een beetje meer benaderd.Iedereen die Michael Jordan heeft zien spelen, zal bij het opstarten van het spel kippenvel krijgen van de mooie intro, zoals we dat van de Amerikanen kennen. Mooie beelden met een nog mooiere basstem er onder die verhaalt over zijn prestaties. Je kan tijdens de game veertig verschillende Jordan achievements unlocken en ook nog eens met de meest succesvolle teams van de Chicago Bulls spelen (waar Jordan onder andere speelde).
Jongensdroom
Ook de klassieke teams als de Boston Celtics (seizoen 1985-1986) en de LA Lakers (seizoen 1990-1991) kun je kiezen. Voor gamers die destijds al het Amerikaanse basketbal volgden, is het een waanzinnige ervaring om Larry Bird of ‘Magic’ Johnson te kunnen besturen. Dat was op de SEGA Mega Drive al te gek, maar met de huidige grafische mogelijkheden is het helemaal een jongensdroom die uitkomt.
Zoals altijd kunnen alle teams uit de NBA, een rookie team en ook nog de beide All-Star teams worden gekozen. Ook kunnen er verschillende shirts worden geselecteerd in het setup-scherm. Dat is vooral bij de klassieke teams leuk en is een van de vele details waar in deze game is gelet.
Het is iedereen aan te raden om eerst even de tutorial te gaan spelen, ofwel de practice-modus. Alleen al aan de bal in de aanval zijn er veertig verschillende moves, van trucs en bewegingen om langs je tegenstander te glippen tot verschillende lay ups en dunks. Het boekje telt ook al acht pagina’s met knoppenuitleg en dan is 2K11 ook nog eens met de Playstation Move te spelen.
Realistisch
Wat opvalt als je een potje begint (er zijn vele mogelijkheden en een heel seizoen spelen is er daar natuurlijk een van), is dat NBA 2K11 eigenlijk een combinatie is van twee zaken. Ten eerste is het alsof je in het stadion naar de wedstrijd zit te kijken en ten tweede is het alsof je zelf op het veld staat, een hele knappe prestatie van 2K kunnen we wel stellen.
Net zoals bij het bekijken van een NBA-game kunnen de Amerikaanse commentatoren hun niet mond houden. Er zijn er twee en zo nu en dan komt er ook nog een dame doorheen met de laatste nieuwtjes die ook echt laatste nieuwtjes zijn. Het gaat bijvoorbeeld bij de heren over het afgelopen seizoen en hoe belangrijk Lebron James was voor de Caveliers in 2009.
De dame gooit er nog even tussendoor dat er geruchten zijn dat die en die speler wellicht weg gaat voor het sluiten van de transfermarkt – zaken die écht zo zijn en die ons uit doen kijken naar het daadwerkelijke begin van het seizoen, want worden deze nieuwtjes dan (met updates) ook nog eens real time bijgewerkt?
Voor de liefhebbers
Als je de moves een beetje onder de knie hebt, wordt het tijd om ook eens te kijken naar de verschillende plays die mogelijk zijn. Je kunt je medespelers onder andere een block laten zetten en alle richtingen uit sturen terwijl je zelf de bal controleert. Zeker niet makkelijk en daarom is 2K dan ook een game voor de liefhebbers; gamers die zelf basketbal spelen en/of veel wedstrijden op tv kijken.
Hierdoor ben je namelijk bekend met de mogelijkheden op een speelveld en ‘lees’ je de wedstrijd beter. Wat ook zeer realistisch is (en dat was in oudere basketbalspellen vaak anders), is de stugheid van de defensie. Je kunt niet meer zomaar een bal naar voren gooien als je weet dat daar toevallig een medespeler staat, want die wordt bijna altijd onderschept. Ook even de bucket inlopen en over iemand heen dunken, gebeurt net zoveel als in het echt, namelijk niet vaak.
Details
Allemaal mooi natuurlijk en we mogen ook niet anders verwachten in deze tijd. maar 2K heeft de lat voor de competitie wel erg hoog gelegd dit keer en dat komt vooral door alle kleine details die de game zo goed maken. Zo zijn er bijvoorbeeld de sponsors. Hewlett Packard verzorgt de half time-beelden en Sprite sponsort de updates en het filmpje na een mooie dunk.
Ook Gatorade is een belangrijke sponsor en bij wissels komt niet alleen het merk in beeld, maar in een scherm waar de wissels te zien zijn (IN <-> OUT) met alle stats en foto natuurlijk, staat boven de spelers die erin komen een mannetje dat een flesje leegdrinkt en van rood volloopt naar het groen van deze energiedrank. Ook het feit dat die wissels de hele tijd te zien zijn (je kunt dit dus niet wegdrukken, het enige echte minpuntje uit de game) voegt ook weer een stuk realiteitswaarde toe.
Op de bank blijven zitten
Daarnaast is het spelverloop ook van de gezichten van de spelers en de coaches te lezen, de verliezers balen zichtbaar en het team dat aan de winnende hand is, heeft er ook echt plezier in. Achter de basket leunt zo nu en dan de jongen die de vloer bijhoudt op de stok van zijn bezem en de cheerleaders werken zich in de pauzes in het zweet terwijl het publiek zich laat horen.
Op het moment spelen er een aantal Nederlanders in de NBA en is de baas, David Stern, de wereld over aan het vliegen om zijn league te promoten. Sommige NBA-teams spelen nu pre season wedstrijden in Mexico, Europa en China. Door de komst van 2K11 kunnen wij gewoon op de bank blijven zitten, niet als wissel maar als alle spelers van het team en de head coach tegelijk.
(eerder verschenen op www.Gamez.nl)
Jan
11
Recensie Mio Spirit Navman 470 series
Filed Under Recensies | Leave a Comment
Al ligt de tijd van papieren kaarten al een hele tijd achter ons, de strijd om een belangrijk stukje van de pnd-taart lijkt ieder jaar te verhevigen. Niet alleen de verschillende pnd’s maar ook smartphones roeren zich in de markt. Met de Spirit 470 probeert Mio zijn aandeel in deze groeiende markt verder uit te breiden.
UITRUSTING
Zoals van iedere pnd verwacht mag worden wordt er een goede bevestigingsarm met zuignap, software en een usb-kabel bij de 470 geleverd. Ook zit er een dvd met ‘software & documentation’ bij, maar die werkt alleen op een pc en dat staat dan ook netjes op de doos. Gelukkig is hij wel plug-and-play, dus uit de doos op het raam geplakt en rijden maar. Hij start vrij snel op en is intuïtief te gebruiken; het lijkt wel een Apple-product. Jammer alleen dat hij geen contact kan maken met de computers van deze fabrikant. De Spirit 470 steek je niet even in je zak. De bevestiging op het raam is weliswaar erg goed en stevig, maar kan wel het beste in het dashboardkastje bewaard worden.
GEBRUIKSGEMAK
Een groot display en heldere menuopties zorgen ervoor dat het spreekwoordelijke kind de was kan doen bij het gebruik van de Mio Spirit 470. Vijf grote gekleurde knoppen op het touchscreen die voor zich spreken, één klik op ‘zoeken’ en dan weer simpele opties als adres, trefwoord, et cetera. Ook zijn natuurlijk de ‘nuttige plaatsen’ aanwezig, voor benzinestations, parkeren, ziekenhuizen en zo meer. Waarschijnlijk kiezen de meeste mensen bij de zoekoptie ‘op adres’. Je typt dan de straatnaam en het huisnummer in voor je op weg gaat. Bij deze Mio echter vallen er bij iedere letter een aantal letters in het keuzemenu af, waardoor de mogelijkheden van de straat- namen dus minder worden. Dit lijkt handig maar leidt bij afkortingen van voornamen of een titel in een straatnaam tot een woordspelletje waar je vlak voor de rit niet op zit te wachten. Eenmaal onderweg is de weergave erg duidelijk. Bij ingewikkelde afslagen wordt de verdeling van de banen kort getoond in een ‘bevroren’ beeld, zodat je zeker weet dat de juiste baan gekozen wordt. De stem van de Spirit klinkt weliswaar als een sprekende computer uit een sf-fi lm uit de jaren zeventig, maar deze geeft wel aan welke afslag je moet nemen en hoe de straat heet waar je in moet rijden. Met de stem is het net als met een goede vriend die Engels spreekt met een dik accent; op een gegeven moment ben je er wel aan gewend.
PRIJS-KWALITEIT
Met 99 euro is de Mio Spirit 470 een erg leuk cadeau voor de autorijder die van A naar B moet. De bediening is makkelijk aan te leren (helemaal als de favorieten worden opgeslagen) en hij heeft een groot beeldscherm waarop de routes duidelijk te zien zijn. Voor 15 euro zijn verschillende Europese reisgidsen te downloaden… Leuk voor de fl y-drive-vakantie. Het updaten van de routekaart en de fl itspalen kost echter 80 euro voor de Benelux. Hiervoor krijg je maandelijks een fl itspaalupdate en twee keer per jaar een kaartupdate. Ter vergelijking: bij TomTom ontvang je voor 35,80 euro vier kaartupdates per jaar (afhan- kelijk van het model).
EINDOORDEEL
De Mio Spirit Navman 470 is een leuke pnd voor de autorij- dende babyboomer voor wie dit een nieuwe gadget is. Een mooi pakje in de juten zak of onder de kerstboom voor (groot)ouders die hun (klein) kinderen iets vaker willen zien. Ook voor echtparen die wel van een fl y-drive-vakantie houden maar niet van de stress die erbij komt kijken zijn de reisgidsen een leuk extraatje. Daarnaast zal de computerstem van HAL uit de blockbuster van Stanley Kubrick deze generatie bekend in de oren klinken.
Specificaties
Mio Spirit/Navman 470 series
12,7 x 8,1 x 1,9 cm, 152 gram
Touchscreen 10,9 cm
Batterijcapaciteit: 720 mAh
(eerder verschenen in Connexie #10)
Jan
11
Gameverslaving
Filed Under Artikelen | Leave a Comment
Gameverslaving – Mythe of serieus maatschappelijk probleem?
Het fenomeen gameverslaving is niet uit het nieuws te slaan. Kamervragen, ontwikkelaars, moraalridders en gamers zelf verdedigen hun zaak, klagen aan en lijken hun schouders op te halen.
Wij spraken met Brandon, Keith Bakker en Jeroen van Mastrigt over dit fenomeen. Daarbij ontvingen we een officiële reactie op onze vragen van uitgever Blizzard Entertainment. Keith Bakker is oprichter van de behandelingskliniek Smith & Jones en het gezicht van het NCRV-programma Family Matters (dat onlangs van de buis is gehaald). Brandon was op het moment van schrijven onder behandeling voor zijn gameverslaving bij Smith & Jones. Jeroen van Mastrigt is Lector aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Hij stond aan de wieg van de eerste Europese voltijds master- en bachelor-programma’s op het gebied van Game Design en geeft leiding aan een team van creatieve ontwerpers en onderzoekers die gametoepassingen ontwerpen voor sectoren als de zorg en het onderwijs.
Overgebruik
Keith Bakker kreeg voor het eerst te maken met gameverslaving in 2005. Een jongen die zich had aangemeld voor een behandeling vanwege zijn marihuanaverslaving bleek tijdens de intake ook verknocht te zijn aan gamen. Bakker stelde hem voor om tijdens de behandeling van zijn drugsprobleem ook te stoppen met gamen. De volgende dag biechtte de jongen op dat hij was teruggevallen. Keith vroeg hem hoe hij dan weer in de coffeeshop was beland, maar het bleek dat het gamen een grotere verslaving voor hem was dan het roken van een stickie. Omdat dit destijds voor Bakker een onbekende verslaving was, probeerde hij een oplossing voor de jongen te bedenken. Al snel bleek dat er geen specialisten op dit gebied waren (er was zelfs geen goede vakliteratuur over te vinden) waarop hij besloot zelf maar een programma te ontwikkelen.
Volgens Jeroen van Mastrigt is het heel belangrijk dat er specifieke behandelmethoden komen voor game overgebruik, of breder social media overgebruik. Zoals Bakker liever spreekt over ‘self destructive patterns’ zo heeft van Mastrigt het liever over ‘overgebruik’ in plaats van verslaving. Van Mastrigt vervolgt: “De zorg, en met name ook ouders moeten begrijpen in welke wereld jongeren leven, welke games ze spelen en met wie ze die spelen, wat ze uitspoken op Facebook, wat ze doen met hun mobiele telefoons, et cetera. Nog te vaak heerst er onbegrip ten aanzien van de door sociale media gedomineerde wereld waarin jongeren leven en de centrale rol die games innemen in de jongerencultuur. Hierdoor krijgen de games of de technologie de schuld van het overgebruik, terwijl er doorgaans sprake is van achterliggende oorzaken bij het symptoom overgebruik. Dat is hetzelfde als chocolade verwijten dat sommige mensen last hebben van overgewicht.
Een sociaal maatschappelijk probleem
Na jaren van werken met gameverslaafden begint Bakker tot het besef te komen dat het niet zozeer gaat om een verslaving, maar om een reactie op een breder, maatschappelijk probleem. Jongeren zijn altijd opzoek naar een gemeenschap, een plek waar ze onder soortgenoten kunnen zijn, niet naar games. Hij is door zijn ervaringen veranderd van iemand die verkondigde dat games verslavend waren tot iemand die zich afvraagt: hoe verrot is deze wereld geworden dat zoveel jongeren zich veiliger voelen in een virtuele gamewereld omdat hun leven in de echte wereld zo klote is? Voor jongeren die zich buitengesloten voelen, is gamen een uitvlucht geworden naar een voor hen veiligere wereld, alleen kleven er aan oplossingen soms bijwerkingen.
Het sociale aspect is volgens van Mastrigt dan ook zeer belangrijk. Zo pleit hij ervoor dat binnen verschillende contexten (educatie, zorg, veiligheid) meer besef komt aangaande de rol van technologie in het algemeen en sociale media zoals games in het bijzonder binnen de jongerencultuur.
De kwaliteit van graphics en gameplay speelt bijvoorbeeld nauwelijks tot geen rol als verslavingsfactor, in tegenstelling tot de saamhorigheid die ontstaat door het spelen van een game. Zo besteedde hij zelf erg veel tijd aan Tetris en zijn er hele volksstammen die uren en uren Patience spelen. Dat Farmville op Facebook nu zo’n groot succes is, heeft weinig te maken met de graphics. Het feit dat je deze game speelt via Facebook met al je ‘echte’ vrienden is een belangrijker aspect. Je kunt online status ontwikkelen en in dat opzicht lijkt Farmville op een werkvloer. Farmville overgebruik lijkt veel overeenkomsten te vertonen met het sociaal meer geaccepteerde ‘workaholic’ syndroom. Onder bepaalde omstandigheden komt dit bij bepaalde mensen in bepaalde sociale settings met bepaalde culturele kenmerken meer voor dan bij andere mensen. Iedere gamer is anders en iedere gamer heeft andere drijfveren en redenen om te spelen. Het is daarom volgens hem dan ook onmogelijk om een aanduiding van gevaar voor verslaving te koppelen aan specifieke games. Dat zou afleiden van de ware oorzaken achter overgebruik.
Leveling up in the real world
Volgens Bakker zijn de games die voor problemen zorgen altijd de ‘level up games’. In World of Warcraft of Counter-Strike is er geen begin of einde. Het is dan ook belangrijk dat ex-verslaafden deze spellen nooit meer spelen. “Het is niet handig om door een mijnenveld te gaan lopen”. De verslaafden moet je een ander ‘leven’ aanreiken. MMORPG’s zijn het meest verslavend omdat ze een aantal zaken combineren. Bij een raid wordt er een gigantische hoeveelheid dopamine (een natuurlijke stof in de hersenen waarvan je een kick krijgt) aangemaakt. Hierdoor raak je, net als een gokker, verslaafd aan het proberen te winnen, niet aan het gevoel dat je krijgt na een overwinning. Ontwikkelaars kennen dit mechanisme en danken een groot deel van hun succes aan deze menselijke aanleg. De community speelt daarnaast ook een grote rol, sommige jongeren die zich bij Bakker aanmelden zeggen dat ze best morgen willen stoppen met spelen, maar dat ze dan geen vrienden meer overhouden. Die bevinden zich namelijk allemaal in de virtuele wereld. Ook hiervoor moet hij een alternatief aanreiken en hij denkt dat dit best wel eens zou kunnen zijn in de vorm van een alternatief sociaal netwerk dat wordt opgezet voor ex-gameverslaafden, waarin zij de aspecten van hun nieuwe leven met elkaar kunnen delen. Je stijgt dan een level als je de hele week voor jezelf hebt gekookt en nog een als je bij een (sport)vereniging bent gegaan bijvoorbeeld. Dit zal een tussenstap zijn in het afkickproces, of zoals Bakker zegt: “Ze moeten van de online wereld via de Smith & Jones wereld terug naar de echte wereld”. Gameontwikkelaars als Blizzard zouden deze game moeten sponsoren, zoals McDonalds nu bijvoorbeeld sportevenementen sponsort.
Positieve aspecten
Volgens van Mastrigt is het niet alleen belangrijk om te kijken naar mogelijke negatieve aspecten, maar vooral ook naar positieve aspecten van sociale media- en games. Er zijn verschillende studies die wijzen op de positieve effecten van games. Gamers ontwikkelen door te gamen vaardigheden die van wezenlijk belang zijn in onze informatiesamenleving. IBM publiceerde in 2008 een onderzoek naar World of Warcraft waaruit blijkt dat WoW-spelers zeer nuttige management- en leiderschapskwaliteiten ontwikkelen door te gamen. Je zou dus zeker ook moeten onderzoeken of je gameverslaving zou kunnen behandelen met behulp van een speciaal ontwikkelde game.
Volgens Bakker moeten ouders meer tijd met hun kinderen doorbrengen en ze eens vragen waarom ze gamen. De twee jongens die verantwoordelijk waren voor de schietpartij op Columbine High werden bijvoorbeeld erg gepest op school en op die manier buitengesloten. Als gevolg hiervan vonden zij elkaar in het spelen van games als Doom en Wolfenstein 3D. Toen de jongens problemen bleken te hebben op school verboden de ouders hen het gamen. Hierdoor werd dus de uitlaatklep en de vervanging van hun (virtuele) sociale leven van hen afgenomen. Hij stelt dat hierdoor de wraakgevoelens van de jongens werden aangewakkerd ten aanzien van hun ‘bullies’ op school en dat ze mede hierdoor tot hun gruwelijke daad kwamen. De verantwoordelijkheid ligt dus vooral bij de ouders die zich vaker zouden moeten afvragen waar het echt fout gaat met hun kinderen en dat kan alleen maar door meer met ze te communiceren.
Verslaafd
De moeder van Brandon (niet zijn echte naam) was gelukkig wel oplettend genoeg om te zien dat haar zoon te veel uren achter het computerscherm doorbracht. Brandon zat ten tijde van schrijven in de Smith en Jones kliniek en denkt achteraf dat het gamen een probleem werd op het moment dat hij vergat te eten en later dan één uur ’s nachts naar bed ging terwijl hij de volgende dag weer naar school moest. Pas als hij in bed lag had hij door dat hij niet gegeten had, nam zich voor om dat de volgende dag niet weer te doen, wat dan toch gebeurde. Rond zijn dertiende had Brandon niet veel vrienden en gamede hij veel. Na een mislukte zelfmoordpoging en de behandeling die daarop volgde, maakte hij gelukkig weer een aantal vrienden en leek zijn leven weer op de rails te zijn gezet. Zo rond zijn achttiende ging hij op zichzelf wonen en nadat zijn vriendin het uit had gemaakt, begon hij weer veel meer World of Warcraft te spelen, hij was weer terug bij af. Nu hij behandelt wordt voor zijn verslaving denkt hij dat het moeilijk zal zijn om nooit meer te gamen, maar het belangrijkste is dat hij erg oplet dat het gamen niet weer de overhand neemt. Voor Brandon zou meer dan tien uur per week gamen gevaarlijk kunnen zijn want vanaf zo’n tien uur, weet hij, gaat het makkelijk naar de twintig uur of meer.
“Je hebt het zelf niet door dat je gameverslaafd bent. Pas als je stopt en gaat slapen of als iemand je achter je computer weg haalt, merk je dat er iets niet in orde is. Tijdens het spelen denk je hier alleen niet meer aan, je praat het voor jezelf goed.”
Persoonlijke verantwoordelijkheid
Volgens Blizzard is de persoonlijke verantwoordelijkheid van iedere speler erg belangrijk. Het is voor hen nooit de bedoeling om games te maken die andere (sociale) activiteiten uitsluiten. Om de speeltijd binnen de perken te houden, zijn er verschillende ingebouwde mogelijkheden. Zo kan een alarm gezet worden op de tijd die iemand aan de MMO wil besteden en zijn er uitgebreide mogelijkheden voor ouders om tijden voor hun kids in te stellen waarop zij mogen spelen. Vanaf de lancering van de game is ook de mogelijkheid aanwezig om uit te rusten, waardoor volgens Blizzard ook de spelervaring meer realistisch wordt. Het alarm, het ‘parental control system’ en het ‘in-game rest system’ zijn echter alle drie optioneel, waardoor de persoonlijke verantwoordelijkheid toch bij de spelers ligt. In komende versies dus automatisch een link naar de Smith & Jones site als er te veel gespeeld wordt? Het einde van de discussie lijkt in ieder geval nog niet in zicht.
Dit achtergrondartikel is eerder verschenen in het GameZ Magazine juli 2010.
Jan
11
Billy Apple in Witte de With
Filed Under Artikelen | Leave a Comment
Aanraken en afsluiten
Eind jaren tachtig – ik was twaalf – ging ik met mijn oma naar een tentoonstelling in het Paleis op de Dam. Eén van de trotse gevleugelde leeuwen
die in Venetië vanaf torenhoge zuilen over de toegestroomde toeristen en de duiven waken was naar het ‘Venetië van het Noorden’ verscheept. De
gigantische gevleugelde leeuw – symbool voor Johannes Marcus, de beschermheilige van Venetië – stond in een klein zaaltje. In de hoeken stonden
norse mannen in exotische uniformen het beeld te bewaken. Voorzichtig voelde ik aan de leeuwenpoot. Ik had het beeld nog niet aangeraakt of
er schalde een staccato geschreeuw door de ruimte. Twee wachten kwamen aangerend, hun pistolen nog net niet in de aanslag om te constateren
dat de potentiële terrorist onmogelijk een lid kon zijn van de Brigate Rosse en dat een kranige tachtigjarige Indische dame in haar beste Italiaans
‘e’solo un bambino’ snauwend hun werk al had opgeknapt. Nooit meer heb ik later de behoefte gevoeld om kunstwerken aan te raken.
Billy Apple in de Maasstad
In de zomer van 2009 bezocht ik in Witte de With een tentoonstelling van kunstenaar Billy Apple® (Auckland, New Zealand, 1935), tijd- en genre genoot van Warhol. Zijn werk onder de noemer ‘History of the brand’ op de derde verdieping kan zonder problemen als Pop Art worden omschreven. Prints met daarop alleen het FOR SALE, ingelijste facturen met erboven PAID en eronder de tekst: The artist has to live like everybody else’ en een gouden appel. Toen Barry Bates in 1962 zijn naam veranderde in Billy Apple® begon hij als dit merk aan een zoektocht om het te verfijnen en om de grenzen af te tasten tussen kunst en commercie. Zes-en veertig jaar later, in 2008, vervolmaakte hij deze zoektocht door de naam Billy Apple® als trademark te laten registreren.
Censure
Op de tweede verdieping merkte ik gelijk dat er iets vreemds aan de hand was met de ruimte. De grote raampartij waardoor het Erasmusziekenhuis nor-maliter te zien is leek verdwenen. Nooit eerder was de ruimte zo hermetisch en
wit geweest als bij deze tentoonstelling die de naam ‘Revealed/Consealed’ droeg. Na de opening van zijn alternatieve kunstruimte in 1969 in New York begon Apple® zich toe te leggen op werk dat hij Censure doopte. Plekken in galeries die hem niet bevielen markeerde hij rood, alsof de plek geredigeerd werd met een gigantische pen. Hij bood daarna aan om de verbeteringen uit te voeren, óf om de ruimte terug te laten keren naar de oude vorm, de rode markeringen overgeverfd alsof de inkt was verdwenen. In Witte de With werd door hem de hele tweede verdieping onder handen genomen. De eerder genoemde raampartij werd een gigantische witte muur en de keuken en een berghok werden verwijderd. In deze nieuwe ruimte waren nu afbeeldingen van eerdere Censure werken te zien. Ook hingen er affiches van een tentoonstelling in New Plymouth (NZ) waarin hij de ruimtes ook daadwerkelijk had aangepast, zogenaamde Alterations. Een van de Alterations in de tentoonstellingsruimte in Nieuw Zeeland maakte het interieur meer toegankelijk omdat hij een trap verbreedde. Tijdens een andere tentoonstelling, in de Auckland City End Gallery (NZ) sloot hij een ruimte juist helemaal af door een muur door te trekken over een oorspronkelijke ingang. Het vroegere werk van Billy Apple® was door zijn Pop Art stijl erg toegankelijk, tegen het commerciële aan. Na zijn verblijf in New York en de aanpassingen in de galerie ruimten nam hij deze ideeën mee terug op twee reizen, in 1975 en 1979, naar Nieuw Zeeland. Hier begon hij de zogenaamde Subtractieve werkwijze nog verder uit te werken. Als kunstenaar telkens geconfronteerd met een nieuwe expositieruimte in vaste vorm wilde hij vrij zijn om deze belemmeringen te bestrijden. Hierdoor trok hij niet alleen de ruimte naar zich toe, hij onttrok ook voor de (reguliere) bezoekers de zekerheid weg van de ruimte die zij dachten aan te treffen. Door deze manier van werken wordt de omgeving die de expositieruimte is zelf ook tot kunst verheven; aangepast aan de voorkeur van de kunstenaar voordat hij er zijn werk in plaatst. De ervaring die dit oplevert is voor een bezoeker die bekend is met de ruimte het meest interessant. In de bekende maar aangepaste ruimte gaat bijna automatisch de aandacht eerst uit naar de heroriëntatie, er is iets niet in de haak, men denkt een bekende ruimte te betreden maar dat blijkt niet het geval te zijn.
Pas bij het ontdekken van de aanpassingen en het begrip dat dit een belangrijk onderdeel uitmaakt van de tentoonstelling an sich, kan de aandacht worden verschoven naar de andere ‘tentoongestelde’ werken in de ruimte. Kunst die aan het denken zet, nieuwsgierig maakt en waarbij je verplicht wordt te anticiperen, de passieve bezoeker in ons aan een haakje in de garderobe achterlatend.
Dat zijn tentoonstellingen die je jaren later nog herinnerd, want aanraken en afsluiten, daar draait het in het leven toch vooral om.
(eerder verschenen in De Nieuwe #21)
Jan
11
Videoconference, de stand van zaken
Filed Under Artikelen | Leave a Comment
De ideale manier om het fileleed te verzachten, de reiskosten te drukken en thuiswerken te stimuleren; het voeren van een videoconferentie is allang geen sciencefiction meer en sinds de komst van diensten zoals Skype en de (video)chatfunctie in Google’s Gmail ook voor iedere particulier beschikbaar. Wij spraken de grootste drie videoconference- en telepresence aanbieders over de stand van zaken en de ontwikkelingen in de (nabije) toekomst.
De spelers
Door in 2009 een meerderheidsbelang te nemen in het bedrijf Talk & Vision verwierf KPN zich in één klap een belangrijke positie in het videoconference veld. Talk & Vision is op het moment een van de vijf grootste spelers in Europa en verkoopt niet alleen de hardware van onder andere Polycom, Cisco en Tandberg, maar daarnaast ook via MAVIS (Managed Video Services) de complete ondersteuning en organisatie van videoconferencing. Ook leveren zij gecertificeerde projectmanagers, technici en consultants die door de verschillende fabrikanten worden getraind en gecertificeerd. Nader onderzoek leert dat de diensten van Talk & Vision voor ieder bedrijf dat videoconferencing wil implementeren zeer welkom zijn; het aanbod en de verschillende mogelijk- heden zijn namelijk groot en de materie vrij complex. Dit komt vooral doordat de hedendaagse videoconference systemen niet simpelweg een telefoon met een beeldscherm zijn. Tijdens vergaderingen inclusief digitale slideshows en flipovers in hd-kwaliteit kunnen collega’s van over de hele wereld aanschuiven. Maar ook intern kan het systeem een-op-een worden gebruikt met collega’s, in dit geval wel via bureautelefoons met scherm. Dit vraagt om een degelijk managementsysteem voor de it-medewerkers en een goede beveiliging bovendien.
Natuurvriendelijk
Polycom levert niet alleen videoconference hardware, maar ook zogenaamde telepresence oplossingen. Het verschil tussen de twee is aanzienlijk; video is de meer traditionele manier van vergaderen, met een beeldscherm met camera waarop de participanten van de vergadering ‘in den vreemde’ te zien zijn. Bij de meest geavanceerde telepresence variant (de RPX HD 400-serie) wordt daarentegen een videomuur opgetrokken van bijna vijf meter waarop tot 28 participanten te zien zijn. Door de levensechte dimensie en de hd-kwaliteit kan er oogcontact worden gemaakt en lichaamstaal worden gelezen, zaken die in het bedrijfsleven de doorslag kunnen geven in het winnen van het vertrouwen van de gesprekspartner. Het is dan ook niet verrassend dat de NATO een fervent gebruiker is van de producten en diensten van Polycom. Het wordt door de internationale organisatie onder andere gebruikt voor haar centrale communicatie- en projectmanagement. Per kwartaal besparen zij zo 51.000 dollar aan reiskosten (wat neerkomt op 500 reisuren), maar dat is niet met elkaar moeten kunnen videovergaderen, chatten of bellen. Polycom hanteert open standaarden voor videovergaderen en beeldtelefonie. Zo kun je altijd met een nieuw Polycom hd-systeem met oudere systemen communiceren. Op die manier hoeft bij de introductie van nieuwe systemen niet meteen de hele base vernieuwd te worden, maar kan dit gefaseerd gebeuren. Polycom systemen kunnen feilloos samenwerken met de systemen van Tandberg en Lifesize; deze gebruiken alle een industriestandaard. Cisco heeft altijd een eigen proprietary protocol gehad, en daarmee hebben gebruikers van Cisco Telepresence toch altijd wat op een eiland gezeten. Met de introductie van Telepresence Interoperability Protocol (TIP) zal ook dat probleem in onze industrie verholpen zijn. Polycom zal uiterlijk juni 2011 volledige integratie bewerkstelligen met Cisco Telepresence middels TIP. Maar nog belangrijker is verdere integratie met bijvoorbeeld Microsoft OCS. Veel bedrijven gaan over naar een Microsoft OCS-omgeving waarbij videovergaderen meer naar de persoonlijke sfeer wordt getrokken. Gebruikers kunnen met OCS eenvoudig chatten en videobellen met een webcam. Polycom heeft als enige partner van Microsoft een native integratie met OCS. Je kunt dus met een Microsoft Office Communicator gewoon videobellen met een Polycom- boardroomsysteem! Daarnaast maakt Polycom natuurlijk tegenwoordig de CX5000, voorheen beter bekend als de Roundtable. Zo kunnen externe inbellers in combinatie met LiveMeeting altijd ook op basis van video deelnemen aan een vergadering. De CX5000 is momenteel het meest geselecteerde videosysteem van Nederland, omdat bedrijven massaal overstappen naar Microsoft OCS in combinatie met de CX5000: een betaalbare oplossing voor videomeetings.” René van Dormolen, Product Manager Unified Communications van Microsoft Nederland: “In de basis zijn de systemen van verschillende leveranciers niet compatibel. Ze zijn zeker wel op elkaar aan te sluiten. Zo leveren Polycom, Tandberg en andere leveranciers hier oplossingen voor die dit binnen bedrijven, en tussen verschillende bedrijven, mogelijk maken. Bijvoorbeeld om een boardroomsysteem van Polycom te koppelen met de Office Communications Server (OCS)/Lync, teneinde bestaande investeringen te behouden en samen te laten werken met onze desktop oplossingen waarbij iedere pc een conferencing device wordt. Samen met Polycom werken we nauw samen om dit voor klanten in de toekomst nog toegankelijker te maken. Tegelijkertijd zijn we (ook met Polycom en andere concurrerende leveranciers) een interoperabiliteitsforum gestart om tot een betere standaardisering te komen en voor klanten drempels weg te nemen. En maken we het via een open specificatie mogelijk voor anderen om te integreren met onze software (onder andere devices van diverse leveranciers). Met Lync, de opvolger van OCS, wordt deze lijst uitgebreid.” het belangrijkste in deze ‘groene’ tijden. Per kwartaal wordt hierdoor ook 21.000 kilogram minder CO 2 uitgestoten, iets wat voor iedere multinational op dit moment erg belangrijk is voor zijn imago.
Nieuwe services
Vanaf april 2009 biedt Polycom ook de CX5000 aan. Voorheen was dit nog de Microsoft Roundtable, hetzelfde apparaat dat door Microsoft werd ontwikkeld voor het gebruik met haar Office Communication Server (OCS). De CX5000 (een kleine toren met camera’s die rondom in 360 graden filmen) wordt op de vergadertafels geplaatst waardoor beide teams elkaar kunnen zien. Ook wordt er geschakeld tussen de mensen die aan het woord zijn, wat al veel meer het gevoel creëert van een gezamenlijke vergadering dan een enkel beeldscherm met een camera erop. Vóór het einde van dit jaar moet Lync van Microsoft gelanceerd gaan worden. Een service die mensen in sync houdt met elkaar door Office, MSN en verschillende sociale netwerken aan elkaar te koppelen. Ook kun je via Lync e-mails laten voorlezen en met Office Live Meeting conference calls maken, waarbij de CX5000 weer om de hoek komt kijken om deze ervaring een extra 360-gradendimensie mee te geven.
Overname
In april van dit jaar werd het Noorse Tandberg overgenomen door netwerkleverancier Cisco. Hierdoor voegen zij een aanbieder van videoconferentiesystemen toe aan hun portfolio, wat hen voor de toekomst verzekert van goede afzetmogelijkheden in deze groeiende markt. De systemen drijven in dezelfde vijver als die van Polycom. Met de Telepresence T3 kunnen tot negen participanten elkaar virtueel in de ogen kijken. Met producten als de CTS 1300 voor vergaderruimtes (met drie ingebouwde camera’s) en een grote verscheidenheid aan artikelen voor persoonlijk gebruik is Cisco samen met Tandberg een sterke speler in deze markt.
Tijd voor een Q&A
Allemaal mooie ontwikkelingen natuurlijk maar om een nog beter beeld te krijgen van de stand van zaken stelden wij de betrokken bedrijven ook nog een aantal vragen.
Compatibel
Zijn de verschillende videoconference systemen compatibel? Bijvoorbeeld de Roundtable (nu CX5000) van Microsoft en de Polycom HDX 9000? Of de Cisco Tandberg T3 en de Polycom RPX HD 400? Zo nee, waarom niet, en zal dat in de nabije toekomst wel mogelijk zijn (met het oog op klantvriendelijkheid)? Robert Blaas, marketing manager Nederland van Tandberg: “Tandberg ontwikkelt producten op basis van open industriële standaarden; alles wat voldoet aan deze standaarden, daar zijn wij compatibel mee. Dat betekent dus dat we compatibel zijn met de Polycom HDX 9000 en bijvoorbeeld de RPX HD 400. De CX5000 (de voormalige Roundtable van Microsoft) is specifiek ontwikkeld om ingezet te worden samen met Microsoft OCS. Omdat wij (Tandberg/Cisco) het belangrijk vinden om videoconferencing zo breed mogelijk in te zetten, worden ook OCS-gebruikers ondersteund door Tandberg. Dat betekent dus dat je kunt bellen van een Tandberg endpoint naar een Microsoft OCS-client en vice versa.” David van den Berg, country manager Benelux van Polycom: “Polycom is een voorvechter van open standaarden. Wij geloven in een wereld waarin we ongeacht device of protocol foto’s Polycom.
De mobiele toekomst en business cases
Is het bestaande systeem al te koppelen aan mobiele gebruikers zoals iVisit en FaceTime van Apple’s iPhone? Zo nee, wanneer wordt ook dit gangbaar? Robert Blaas: “De ontwikkeling van dit soort applicaties wordt nauwlettend door Tandberg in de gaten gehouden.” Op YouTube demonstreert Global producer manager Henrik Bakken een Tandberg-applicatie in ontwikkeling die het mogelijk maakt om via een iPhone-applicatie een videoconference te voeren met iemand achter een laptop. Het filmpje ziet er zeker veelbelovend uit. David van den Berg: “Via de Polycombrug (de RMX) is het thans feitelijk al mogelijk om diverse systemen met elkaar te laten communiceren, maar op een betrouwbare oplossing voor grootschalig gebruik is het nog even wachten. Op dit moment bekijken wij bijvoorbeeld hoe dergelijke diensten het best kunnen worden aangeboden en proberen we zo goed mogelijk in te schatten welke diensten en connecties op korte termijn het meeste rendement opleveren. Open standaarden zijn voor Polycom daarbij essentieel.” René van Dormolen: “Met OCS/Lync kunnen mensen audio- en videovergaderen met hun pc, telefoon en browser. Ook met gebruikers van Messenger en een Mac kunnen audio en video gedeeld worden. Met de in de vraag genoemde oplossingen kan nog niet worden gekoppeld voor zover ik weet. De ervaring op mobiele devices is zo anders, dat vandaag audio wordt ondersteund, maar het delen van desktop, applicaties, video, whiteboarding, etc. nog niet. Wat wel prima werkt is óf inbellen op een conference, óf de volledige experience via een pc die via een mobiel een internetverbinding heeft.”
Business case
Kunnen jullie mij iets vertellen over een interessante business case, een voorbeeld van een van jullie klanten op dit moment die baat heeft bij het gebruik van videoconferencing? Robert Blaas: “Binnen Tandberg is het altijd het doel om videoconferencing zó in te zetten dat het bijdraagt aan het veranderen van bedrijfsprocessen. Voorbeelden daarvan zijn pathologen die voorheen veel tijd kwijt waren om fysiek aanwezig te zijn bij een operatie om ter plekke bijvoorbeeld vries-coupes (een dwarsdoorsnede van een weefsel) op de aanwezigheid van kanker te beoordelen. Echter, met het tekort dat er is aan pathologen in veel ziekenhuizen is het vaak moeilijk om dat efficiënt te doen, met als gevolg dat patiënten dikwijls onnodig lang onder narcose werden gehouden. Er is een aantal ziekenhuizen, waaronder het Catharina-ziekenhuis in Eindhoven, die gebruikmaken van videoconferencing- apparatuur van Tandberg, gekoppeld aan een microscoop, waardoor een patholoog op afstand vries-coupes met 100 procent betrouwbaarheid kan beoordelen. Voordeel hiervan is dat er meer patiënten op een dag behandeld kunnen worden en dat mensen korter (ongeveer een halfuur) onder narcose zijn, waardoor het herstel ook sneller verloopt.” René van Dormolen: “We hebben heel veel klanten die kostenbesparing, productiviteitswinst en minder CO2-uitstoot hebben gerealiseerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Rabobank, Endemol, Sanoma en een wereld- wijde samenwerking met de Hilton hotelgroep.” David van den Berg: “Bij Polycom zijn de krachten gebundeld met het Holland Financial Centre om zo videoconferencing binnen het internationale bedrijfsleven te stimuleren. Maar ook Hogeschool InHolland maakt gebruik van deze systemen om op die manier studenten te bereiken die normaliter door geografische grenzen zouden zijn buitengesloten.”
Dagelijks gebruik
Hoe vaak zitten jullie zelf in een videoconference? Robert Blaas: “Voor mij is videoconferencing iets wat ik meerdere malen per dag, soms vaker dan mijn mobiele telefoon, gebruik. Natuurlijk gebruiken we het intern heel veel. Maar ik heb daarnaast leveranciers waar ook zó frequent contact mee is, dat we uiteindelijk hebben besloten om daar een videoconferencing-systeem neer te zetten. Dat scheelt veel reistijd en je ziet daarnaast ook dat de kwaliteit van de meetings sterk verbeterd is. Er zijn minder zaken onduidelijk; je kunt duidelijk zien of iemand het begrepen heeft. Daarnaast is het natuurlijk zo dat heel veel communicatie met mijn collega marketing managers bij de partners ook door middel van videoconferencing gaat.” David van den Berg: “Wij drinken graag onze eigen champagne. Polycom heeft enorm veel baat gehad bij de wereldwijde invoering van Microsoft OCS in combinatie met video-endpoints in meeting rooms. Ik ben verantwoordelijk voor Polycom in Noord-Europa en spreek mijn teamleden meerdere keren per dag. Soms vanuit een telepresence room, soms via een kleiner high definition systeem op mijn bureau, en vaak ook via OCS op mijn laptop wanneer ik in een hotel ben bijvoorbeeld. Al onze vergaderingen verlopen via virtuele meeting rooms. Mijn virtuele meeting room, waarvan iedereen mijn nummer heeft, is vrijwel altijd bezet; en dat is prettig werken. Toch ontmoet ik mijn mensen ook persoonlijk, want samen een hapje eten blijft onvervangbaar.” René van Dormolen: “Meerdere keren per dag. Bij ons zijn alle meetings ook online toegankelijk voor mensen die thuis werken of op afstand. Net hebben we bijvoorbeeld overleg gehad waarbij twee mensen van KPN Getronics vanuit verschillende locaties deelnamen, een collega thuis participeerde en ik op kantoor was. Belangrijk was dat we in deze online meeting naast geluid ook informatie deelden; ik heb mijn desktop gedeeld en de informatie daarop was voor de anderen zichtbaar. Vanuit KPN Getronics werd een presentatie gedeeld die we door konden nemen. Daarnaast is het belangrijk dat we informatie op afstand kunnen delen, aan kunnen passen, of dat zelfs iemand anders mijn document of desktop kan aanpassen. Mensen die ik uitnodig krijgen een link waarop ze kunnen klikken om deel te nemen en een telefoonnummer als ze bijvoorbeeld vanuit de auto in willen bellen. Die krijgen dan op hun mobiel een reminder en kunnen met één knop vanaf hun mobiel inbellen, waarbij anderen zien wie op dat moment ingebeld is.”
Toekomst
Wat brengt de toekomst ons? Het gebruik van hologrammen? Robert Blaas: “In de toekomst zal er technisch veel mogelijk zijn. Kijk maar naar de opkomst van 3D-televisie en ook zaken als hologrammen zullen een rol gaan spelen. Voordat dat echter toegepast gaat worden, zullen mensen allereerst het gebruik van videoconferencing verder moeten gaan omarmen. En voordat we zover zijn hebben we nog een lange weg te gaan. Nu ziet men videoconferencing als een oplossing voor het op afstand met elkaar vergaderen (veelal tussen twee vergaderruimtes), maar denk ook eens aan het inzetten van videoconferencing op de desktop, of thuis op je thuiswerkplek. Je ziet dat dat gangbaarder wordt, maar het duurt zeker nog even voordat iedereen videoconferencing gebruikt zoals we nu bijvoorbeeld mobiel bellen.” David van den Berg: “Polycom is altijd bezig met nieuwe ontwikkelingen. Wij brengen binnenkort Touch Control uit, waarmee men vergaderingen met drag- en-drop-vingerbediening kan aansturen. Polycom staat bekend als grondlegger van de industrie, maar ook als leverancier van betrouwbare oplossingen. Wij zullen morgen niet met 3D en hologrammen komen als het niet een direct businessvoordeel oplevert – ik kan u echter verzekeren dat wij bezig zijn met enkele fantastische nieuwe ontwikkelingen in onze labs.” René van Dormolen: “Belangrijkste is dat de eilanden videoconferencing, audioconferencing, telefonie, mobiele telefonie, e-mail, presence/chat en voicemail weg zullen vallen en klanten overstappen op één platform dat alle mogelijkheden geïntegreerd aanbiedt. Veel klanten geven nu veel geld uit aan telefooncentrales, videoconferentieapparatuur, externe audioconferencing oplossingen en reiskosten. Onderzoek onder klanten toont aan dat een bedrijf met 1.000 medewerkers 39 procent op zijn communicatiekosten kan besparen plus bovengenoemde voordelen kan bereiken met behulp van Microsoft’s Unified Communications oplossing. Daarnaast kunnen ze een hogere productiviteit (tijdsbesparing) en betere klantservice realiseren. Ook kunnen zij betere duurzaamheiddoelstellingen (minder CO 2-uitstoot) behalen door videoconferenties te beleggen. Steeds meer functionaliteit zal ook als online dienst beschikbaar komen, zoals in onze Business Productivity Online Suite. Voor online vergaderen, met content (document, desktop, applicatie) die op afstand gedeeld kan worden, beeld en geluid bieden we LiveMeeting. Deze dienst kost 3,84 euro per medewerker per maand en werkt met een pc met webcam en koptelefoon of speciaal daarvoor ontwikkelde devices. Dit bedrag is het equivalent van 45 minuten parkeerkosten of een halve strippenkaart en verdient zich dus zeer snel terug. Zonder dat er in een eigen implementatie (servers, software, implementatiediensten, onderhoud door eigen ict-afdeling) geïnvesteerd hoeft te worden. Vandaag profiteren zo’n vier miljoen gebruikers van deze online dienst en per dag komen daar nieuwe klanten bij. Over drie jaar verwachten wij bij Microsoft dat meer dan de helft van alle telefoontjes meer dan alleen audio zal bevatten, namelijk ook informatie (desktop, applicatie, document) en beeld. Daarnaast dat driekwart van de bedrijfsapplicaties communicatie enabled zal zijn. Dat wil zeggen net als we vandaag vanuit Outlook en andere Office-applicaties zoals SharePoint, Word, Excel of Project kunnen zien wie beschikbaar is, en met één klik kunnen chatten, bellen, videovergaderen en desktop delen.”
Conclusie
Videoconferencing gaat dus een belangrijk deel uitmaken van ons dagelijks leven. Om videoconferencing niet alleen op de werkplek gangbaarder te maken lanceerde Cisco in de eerste week van oktober haar Umi–dienst, waarmee families vanuit huis makkelijk videogesprekken kunnen voeren met andere leden, gewoon vanaf de bank voor de hd-tv. Zo kun je na ieder gesprek dus met recht zeggen: Tot ziens!
(eerder verschenen in Connexie #9)