Street Dreams: How Hiphop took over the Museum

Met de tentoonstelling Street Dreams: How Hiphop took over Fashion, laat Kunsthal Rotterdam zien waarom het een uitzonderlijk museum is. Een museum zonder collectie, maar wel met de nodige lef. Precies wat nodig is als je de Hiphop community uitnodigt…

Pure mazzel
Het is een zonovergoten dag als ik de wandeling maak van tramstation Westplein naar de Kunsthal. Aangekomen blijk ik twee dagen te vroeg te zijn voor de tentoonstelling. Omdat verder nog genoeg te zien is in de Maasstad en ik fijn een uur heb kunnen lezen in de trein, haal ik mijn schouders op over mijn stommiteit. Nadat ik mijn perskaart heb laten zien aan de jongens van de balie blijkt dat de persrondleiding over een klein uur begint. Pure mazzel dus, zelfs nog tijd voor een broodje en een broccolisoep voordat ik aansluit bij het gezelschap journalisten dat langzaam binnendruppelt. De god van het Hiphop universum is mij goed gezind.

Een installatie in vier delen
Emily Ansenk (die na tien jaar als directeur vertrekt, om per 1 september leiding te gaan geven aan het Holland Festival) houdt een introductiespeech waarin zij met zichtbaar plezier vertelt over het maakproces van de tentoonstelling. Kunsthal curator Shehera Grot blijkt de belangrijkste initiatiefnemer voor de tentoonstelling binnen het museum, waarna al snel partners van buiten werden gezocht. Een tentoonstelling, zo benadrukt Ansenk, die niet in lijn ligt met eerdere modetentoonstellingen, zoals Jean Paul Gaultier in 2013 en Viktor & Rolf in 2018. Street Dreams is namelijk geen overzichtstentoonstelling van Hiphop of Hiphop-mode. Het is een installatie, in vier delen, waar je als bezoeker wordt ingezogen. Een reis door de subcultuur die cultuur werd, die de dominantie van andere muziekstijlen vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw stukje bij beetje afbrak, tot het punt waarop zij nu staat: on top of the game.

Even voorstellen
Zonder de samenwerking met mensen uit de scene, benadrukt Ansenk, zou deze tentoonstelling nooit tot stand zijn gekomen. Al snel werden het Rotterdamse HipHopHuis en Lee Stuart (Brand director bij Patta) uitgenodigd om de tentoonstelling te helpen vormgeven. Voor het HipHopHuis is mede-oprichter en algemeen directeur Aruna Vermeulen van de partij. Iedereen die zich de laatste twintig jaar in Nederland in de wereld van Hiphop heeft opgehouden, heeft haar wel eens voorbij zien komen. De breakdancer in ruste legt uit dat het HipHopHuis staat voor de waarden die Hiphop uitdraagt. Die waarden kunnen kinderen gebruiken om zich te ontwikkelen als mens. Vermeulen: ‘We geven ze dagelijks mee dat Rotterdam ook hún stad is, dus ook de Kunsthal. Ik ben erg benieuwd of zij zich ook welkom gaan voelen, nu deze tentoonstelling draait. Mode is een van de pijlers in Hiphop die mensen verbindt, ook mensen die niets met Hiphop hebben, want deze cultuur heeft inmiddels ook vertakkingen in andere lagen van de samenleving.’ Ansenk vult Vermeulen aan met een anekdote over het feit dat Aruna het zat was dat mensen het HipHopHuis belden om te vragen ‘of zij even een kunstje wilde komen doen’ tijdens een evenement. Vermeulen wilde met deze tentoonstelling Hiphop duidelijk naar een hoger niveau tillen. Lee Stuart neemt na afloop van de introductie het gezelschap mee de eerste zaal in, van waaruit de zware bassen al onze richting op dreunen…

Vier zalen, één verhaal
De beats ondersteunen een film die op een gigantisch beeldscherm draait. In slow motion dompelt filmmaker Victor Ponten (Rabat, Catacombe) de bezoeker onder in misschien wel het belangrijkste ingrediënt in de Hiphop: de straat. Terwijl de camera langzaam door de Westkruiskade kruipt, haar oog op de nietsvermoedende voetgangers gericht, verandert zo nu en dan de muziek in een voor kenners welbekende Hiphop tune. Op dat moment poseren stand-ins van grote namen uit de geschiedenis van de Hiphop op dezelfde stoep waarover Rotterdammers slenteren. Een knipoog naar de videoclip van Massive Attack’s ‘Unfinished Symphathy’, die direct de toon zet en een glimlach op de gezichten van de aanwezigen zal toveren. Deze ruimte heet The Mixtape. De titel The Streets, is voor een andere zaal gereserveerd, zal later blijken.

Vanuit The Mixtape – vanuit de bioscoop, naar de witte kubus die het interieur van de meeste internationale musea kenmerkt. In de tweede zaal, The Gallery, hangen de muren vol met werken die de groei van Hiphop in de laatste decennia goed weergeeft. De ruimte, met ondermeer fotografie van Dana Lixenberg en Janette Beckman, het glas-in-lood ‘Saint Amelie’ van Kehinde Wiley, sculpturen van Thomas J Price en een film van Hank Willis en Kambui Olujimi, maakt duidelijk dat Hiphop de hedendaagse kunst-en modewereld net zo hard bestormt als de hitlijsten in het begin van haar bestaan. Gastcurator Lee Stuart legt de aanwezigen uit dat Hiphop in zijn leven altijd een hoge culturele status heeft gehad. Het was zijn cultuur, die door deze tentoonstelling ook voor de bühne de stap naar museale status maakt. Hiphop draait volgens Stuart om jezelf te laten zien. Ook al heb je niets, door de hossle en de grind (iets maken van niets, bij tegenslag altijd blijven doorgaan en geloven in jezelf) heeft Hiphop zich met eigen kracht op het podium gehesen waar zij nu staat. Grote mode logo’s op bovenkleding zijn nu mainstream, het remixen en samplen, in zowel mode- als muziekindustrie, zijn alledaagse verschijnselen geworden.

In de derde museale ruimte is plaatsgemaakt voor The Masters. Op vijf grote, verticale, beeldschermen laat filmmaker Bibi Fadlalla (edit & graphics Bob Mayata) pioniers en sleutelfiguren uit de Hiphop mode-industrie aan het woord. Daar kun je van alles over schrijven. Maar de verhalen van Edson Sabajo (Patta), David Fischer (HighSnobiety), April Walker (Walker Wear), Angelo Baque (Awake NY) en Guillaume Philibert (Filling Pieces) zijn op zichzelf al de moeite waard om naar de Kunsthal af te reizen. April Walker gaat aan de haal met de beste quote uit de interviews (vrij vertaald): ‘You don’t validate our dopeness [over de mode industrie en de kledingzaken in Brooklyn in de jaren tachtig], well then we’ll just show you how we do it !’

De wanden van de vierde ruimte, die dus The Streets heet, zijn behangen met grote foto’s van mensen die in de rij staan voor zogenaamde drops. Lee Stuart legt uit dat drops de lanceringen zijn van exclusieve mode-artikelen. Uren staan fans soms in de rij om juist die ene limited edition sneaker te kunnen aanschaffen, of die knalrode hamer die modemerk Supreme in samenwerking met Hardcore Hammers ontwikkelde. De drop is inmiddels uitgegroeid tot de lieveling van (mode) marketing managers. En de wieg van de term stond wellicht, net als die van Hiphop, in New York: ‘In the tenements of New York City in the late 19th and early 20th century, apartments were built with bedrooms on top of one another. It was common to hear your upstairs neighbor take off a shoe, drop it, and then repeat the action. It became shorthand for waiting for something you knew was coming.’ Lezen we op de website Inc.com.

Ook kruipen in de zaal letters van het collectief OPPERCLAES, als een Sandworm uit de film Dune, door de vloer. STAMINA, staat er te lezen. En uithoudingsvermogen, dat is precies wat onontbeerlijk is als je je staande wilt houden in deze wereld. En al helemaal to change the game, legt Vermeulen uit. Lee Stuart sluit de perstour op passende wijze af door een vraag van een journalist, over waarom er zo weinig mode in de tentoonstelling te zien is, te beantwoorden met de woorden: ‘Als je Hiphop mode wilt bekijken, dan kun je het beste gewoon de deur uitlopen. De straat op.’