Tag Archives: Jochem van der Spek

Natuur mengen met het kunstmatige
Jochem van der Spek: De natuur in pixels

Door zijn vormen te onderwerpen aan natuurwetten mengt Jochem van der Spek natuur met het onnatuurlijke, de pixel met de microbe, blaast hij leven in het levenloze. Hierdoor neigt de toeschouwer de abstracte vormen in zijn werken te ervaren als levende organismen.

Loefje
Van der Spek (Ellecom, 1973) heeft altijd erg zijn best gedaan om met zijn
werk niet in de nieuwe-mediahoek terecht te komen. Zijn galerist, Rob de
Vries, toont voornamelijk tekeningen, schilderijen en beelden. De Vries ziet
het werk van Van der Spek in dezelfde lijn, computerkunst is de afgelopen
jaren echt volwassen geworden. Veel makers van computerkunst zijn
beinvloed door de videogames die zij speelden maar van der Spek vindt videogames vooral vervelend om te spelen, hij maakt ze liever, zoals het
bijzondere, in 1998 verschenen, Loefje.
In Loefje is de speler een meisje in een ietwat lege wereld. Door het gebruik
van haar sinaasappelpistool kan de protagonist deze vitaminebommen
de wereld inschieten. Als de sinaasappels in warme en natte plekken de tijd
krijgen om te gaan rotten komen er fruitvliegjes tot leven die zich, onder
de juiste omstandigheden, gaan voortplanten. De game heeft Van der Spek
gemaakt omdat het een spel was dat hij zelf zou willen spelen. Hierdoor is
Loefje misschien wel meer een doorlopend generatief kunstwerk geworden,
vermomd als een videogame.

Ritme van de natuur
In zijn werk Tekenmachine 1 gebruikt hij exact hetzelfde ritme dat achter zijn installatie Ypenburg zit. Alleen is Tekenmachine 1 een animatie en zijn in de nieuwe Haagse wijk Ypenburg gigantische pulserende blokken op de hoogste flats geplaatst die van kleur veranderen. Het ritme laat zich als volgt samenvatten: zes verschillende stipjes maken allemaal een willekeurige beweging. Maar de beweging wordt een beetje gedeeld met de beweging naar het centrum van alle andere, het midden van de gemiddelde positie van alle zes bij elkaar. Door de verplaatsing verschuift het midden ook steeds waardoor een heel mooie, natuurlijke beweging ontstaat. De willekeur die Robert Brown ontdekte in zijn test met stuifmeel in water bleek voort te komen uit de botsing die plaatsvond tussen het stuifmeel en de moleculen in het water. Door dezelfde willekeur toe te passen in het algoritme
voor deze twee werken implementeert Van der Spek natuurlijke chaos in een
door wetmatigheden geregeerde omgeving.

Levende blokken
Door deze werkwijze krijgen alle abstracte vormen die Van der Spek in
zijn digitale werk gebruikt door de beweging iets natuurlijks. Als basisvorm
van de architectuur kiest Van der Spek meestal voor een vierkant. De willekeur
in hun bewegingen zijn weliswaar onverwacht maar niet totaal onverwacht,
want dan ontstaat totale willekeur en mensen reageren instinctief angstig
op dit fenomeen. De andere kant van het verhaal is de totale voorspelbaarheid van een beweging: een mechanische beweging die oninteressant is.
De onvoorspelbaarheid moet dus zozijn dat de toeschouwers het instinctief
als ‘veilig’ beschouwen. De toeschouwer ziet in de werken van Van der Spek
weliswaar iets digitaals maar door het toepassen van de algoritmes gaat men
zich afvragen of het wellicht tóch leeft. Wat aan dit effect bijdraagt, is dat zijn
projecties niet op computerschermen worden getoond, maar worden geprojecteerd op bijvoorbeeld een windscherm van een fiets of een balkondeur. Hierdoor gaan ze op in de omgeving,
een computerscherm is namelijk toch te artificieel.

Het werk van Van der Spek gaat al met al over leven, niet zo zeer intelligent leven als wel de fundamentele perceptie van leven. De grondslag van alle vormen van leven is ritme, voorspelbaarheid en de anticipatie op de verschillende ritmes die samen de kunst van het
overleven vormen.

Verschenen in De Nieuwe #25